1
zelfstandig naamwoord[C]
Een beschrijving van verzonnen of echte gebeurtenissen die wordt verteld ter vermaak; een vertelling.
/ˈstɔːri/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels storie, uit Oudfrans estorie, uit Latijn historia, uit Grieks historía, wat ‘onderzoek, kennis, verslag’ betekent.
Voorbeelden
She told the children a story before bed.
/ʃiː toʊld ðə ˈtʃɪldrən ə ˈstɔːri bɪˈfɔːr bɛd/
Ze vertelde de kinderen voor het slapengaan een verhaal.
The movie is based on a true story.
/ðə ˈmuːvi ɪz beɪst ɑːn ə truː ˈstɔːri/
De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.
Collocaties
AI-gegenereerd