1
werkwoord[I, T]
Tijd besteden aan het leren van een onderwerp, vooral door te lezen, lessen te volgen of te oefenen.
/ˈstʌd.i/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels studien, uit Oudfrans estudier, uit Latijn studēre, met de betekenis ‘gretig zijn, ijverig zijn’.
Voorbeelden
She studies biology at university.
/ʃi ˈstʌd.iz baɪˈɑː.lə.dʒi æt ˌjuː.nəˈvɝː.sə.ti/
Ze studeert biologie aan de universiteit.
I need to study for the exam tonight.
/aɪ niːd tə ˈstʌd.i fər ði ɪɡˈzæm təˈnaɪt/
Ik moet vanavond voor het examen studeren.
Collocaties
AI-gegenereerd