1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een bepaalde manier van doen, zeggen, maken of uitvoeren van iets.
/staɪl/
Uitspraak
Etymologie
Van het Middelnederlandse stile, via het Oudfranse stile, uit het Latijn stilus, oorspronkelijk de naam van een puntig schrijfinstrument, later uitgebreid tot manier van schrijven of uitdrukking.
Voorbeelden
Her style of teaching makes difficult ideas easy to understand.
/hɝ ˈstaɪl əv ˈtiːtʃɪŋ meɪks ˈdɪfəkəlt aɪˈdiːəz ˈiːzi tə ˌʌndɚˈstænd/
Haar manier van lesgeven maakt moeilijke ideeën gemakkelijk te begrijpen.
The team played in an aggressive style.
/ðə tiːm pleɪd ɪn ən əˈɡrɛsɪv ˈstaɪl/
Het team speelde in een agressieve stijl.
Collocaties
AI-gegenereerd