1
zelfstandig naamwoord[meervoud]
Bril met donkere of getinte glazen die wordt gedragen om de ogen te beschermen tegen fel zonlicht of schittering.
/ˈsʌnˌɡlæsɪz/
Uitspraak
Etymologie
Samenstelling van sun en glasses, verwijzend naar een bril die in zonlicht wordt gedragen.
Voorbeelden
She put on her sunglasses before stepping onto the beach.
/ʃi pʊt ɑn hɝ ˈsʌnˌɡlæsɪz bɪˈfɔr ˈstɛpɪŋ ˈɑntu ðə bitʃ/
Ze zette haar zonnebril op voordat ze het strand opging.
These sunglasses block most ultraviolet light.
/ðiz ˈsʌnˌɡlæsɪz blɑk moʊst ˌʌltrəˈvaɪələt laɪt/
Deze zonnebrillen blokkeren het meeste ultraviolet licht.
I forgot my sunglasses in the car.
/aɪ fərˈɡɑt maɪ ˈsʌnˌɡlæsɪz ɪn ðə kɑr/
Ik ben mijn zonnebril in de auto vergeten.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd