1
zelfstandig naamwoord[C]
Iemand van wie het werk is toezicht te houden op, leiding te geven aan of het werk van andere mensen te beheren.
/ˈsuːpərvaɪzər/
Uitspraak
Etymologie
Van supervise + -or; supervise gaat uiteindelijk terug op Latijn super- ‘over’ + videre ‘zien’.
Voorbeelden
Please ask your supervisor before changing the schedule.
/pliːz æsk jʊr ˈsuːpərvaɪzər bɪˈfɔːr ˈtʃeɪndʒɪŋ ðə ˈskedʒuːl/
Vraag het eerst aan je leidinggevende voordat je het rooster verandert.
A supervisor checked the safety equipment every morning.
/ə ˈsuːpərvaɪzər tʃekt ðə ˈseɪfti ɪˈkwɪpmənt ˈevri ˈmɔːrnɪŋ/
Een toezichthouder controleerde elke ochtend de veiligheidsuitrusting.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd