1
zelfstandig naamwoord[U]
De activiteit, sport of oefening waarbij men zich met behulp van armen en benen door het water beweegt.
/ˈswɪmɪŋ/
Uitspraak
Etymologie
Van het werkwoord swim + -ing; swim komt van het Oudengelse swimman, met de betekenis ‘zwemmen’.
Voorbeelden
Swimming is good exercise.
/ˈswɪmɪŋ ɪz ɡʊd ˈɛksərsaɪz/
Zwemmen is goede lichaamsbeweging.
She goes swimming every morning.
/ʃi ɡoʊz ˈswɪmɪŋ ˈɛvri ˈmɔrnɪŋ/
Ze gaat elke ochtend zwemmen.
Collocaties
AI-gegenereerd