1
zelfstandig naamwoord[C]
Een document waarin de onderwerpen, leesstof, opdrachten en vereisten voor een cursus worden uiteengezet.
/ˈsɪləbəs/
Uitspraak
Etymologie
Van het Laatlatijnse syllabus, wat “lijst” betekent, waarschijnlijk ontstaan door een verkeerde lezing van het Griekse sillybos, “etiket” of “inhoudsopgave”.
Voorbeelden
The professor posted the syllabus online before the first class.
/ðə prəˈfɛsər ˈpoʊstɪd ðə ˈsɪləbəs ˈɑnˌlaɪn bɪˈfɔr ðə fɝst klæs/
De professor zette de syllabus online vóór de eerste les.
Please read the syllabus carefully and note the exam dates.
/pliːz riːd ðə ˈsɪləbəs ˈkɛrfəli ænd noʊt ði ɪɡˈzæm deɪts/
Lees de syllabus alstublieft zorgvuldig en noteer de examendata.
Collocaties
AI-gegenereerd