1
zelfstandig naamwoord[C, U]
de mate waarin iets warm of koud is, gewoonlijk gemeten op een schaal zoals Celsius of Fahrenheit
/ˈtɛm.pɚ.ə.tʃɚ/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelfrans temperature, uit het Latijnse temperatura, met de betekenis ‘juiste menging, matiging’, van temperare ‘mengen, regelen’.
Voorbeelden
The temperature dropped below freezing overnight.
/ðə ˈtɛm.pɚ.ə.tʃɚ drɑpt bɪˈloʊ ˈfriː.zɪŋ ˌoʊ.vɚˈnaɪt/
De temperatuur daalde ’s nachts onder het vriespunt.
Water boils at a temperature of 100 degrees Celsius.
/ˈwɔː.t̬ɚ bɔɪlz ət ə ˈtɛm.pɚ.ə.tʃɚ əv wʌn ˈhʌn.drəd dɪˈɡriːz ˈsɛl.si.əs/
Water kookt bij een temperatuur van 100 graden Celsius.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd