1
determinatorHet hoofdtelwoord gelijk aan 2 + 1; gebruikt om een hoeveelheid van drie aan te geven.
/θriː/
Uitspraak
Etymologie
Van Oudengels þrīe, þrēo, uit Proto-Germaans *þrīz, uiteindelijk uit Proto-Indo-Europees *tréyes.
Voorbeelden
Three students won prizes.
/θriː ˈstuːdənts wʌn ˈpraɪzɪz/
Drie studenten wonnen prijzen.
I need three apples for the pie.
/aɪ niːd θriː ˈæpəlz fər ðə paɪ/
Ik heb drie appels nodig voor de taart.
Collocaties
AI-gegenereerd