1
zelfstandig naamwoord[C]
Een lijst of schema waarop staat aangegeven op welke tijden evenementen, lessen, treinen, bussen of andere diensten zijn gepland.
/ˈtaɪmˌteɪbəl/
Uitspraak
Etymologie
Een samenstelling van time en table, oorspronkelijk verwijzend naar een tabel of lijst met tijden.
Voorbeelden
The new train timetable starts on Monday.
/ðə nuː treɪn ˈtaɪmˌteɪbəl stɑːrts ɑːn ˈmʌndeɪ/
De nieuwe treindienstregeling gaat maandag in.
Please check the timetable before you choose your classes.
/pliːz tʃek ðə ˈtaɪmˌteɪbəl bɪˈfɔːr juː tʃuːz jʊr ˈklæsɪz/
Controleer het rooster voordat je je vakken kiest.
Collocaties
AI-gegenereerd