1
werkwoord[T]
Een machine, lamp, voorziening of apparaat stoppen met werken, vooral met een schakelaar of bediening.
/ˈtɝn ˈɔf/
Uitspraak
Etymologie
Vormd van het werkwoord ‘turn’ en het bijwoordelijke partikel ‘off’, oorspronkelijk verwijzend naar het wegdraaien van een bedieningselement uit een actieve stand.
Voorbeelden
Please turn off the lights before you leave.
/pliz ˈtɝn ɔf ðə laɪts bɪˈfɔr ju liv/
Zet de lichten alstublieft uit voordat je vertrekt.
Can you turn off the TV?
/kən ju ˈtɝn ɔf ðə ˌtiˈvi/
Kun je de tv uitzetten?
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd