1
zelfstandig naamwoord[C]
een middelgroot wegvoertuig met een gesloten carrosserie, gebruikt voor het vervoeren van goederen, apparatuur of meerdere passagiers.
/væn/
Uitspraak
Etymologie
Begin 19e eeuw, verkorting van caravan.
Voorbeelden
We rented a van to move the furniture.
/wi ˈrɛntɪd ə væn tə muːv ðə ˈfɝːnɪtʃər/
We huurden een bestelwagen om de meubels te verhuizen.
The delivery van stopped outside the shop.
/ðə dɪˈlɪvəri væn stɑːpt ˌaʊtˈsaɪd ðə ʃɑːp/
De bestelwagen voor leveringen stopte voor de winkel.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd