1
zelfstandig naamwoord[C]
Een plant of een deel van een plant, zoals een blad, wortel, zaad of stengel, dat als voedsel wordt gegeten en meestal niet zoet is.
/ˈvɛdʒtəbəl/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels vegetable, uit Oudfrans vegetable, uit middeleeuws Latijn vegetabilis, wat ‘groeiend, bezielend’ betekent, van Latijn vegetare, ‘verlevendigen of laten groeien’.
Voorbeelden
Carrot is a vegetable, not a fruit.
/ˈkærət ɪz ə ˈvɛdʒtəbəl nɑt ə frut/
Een wortel is een groente, geen fruit.
We need one green vegetable for the recipe.
/wi nid wʌn ɡrin ˈvɛdʒtəbəl fər ðə ˈrɛsəpi/
We hebben één groene groente nodig voor het recept.
Collocaties
AI-gegenereerd