1
zelfstandig naamwoord[C]
Het smalle deel van het menselijk lichaam tussen de ribben en de heupen.
/weɪst/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengels wast, waarschijnlijk verwant aan het Oudengelse wæstm, dat “groei, vorm, gestalte” betekent, van Germaanse oorsprong.
Voorbeelden
She tied a sweater around her waist.
/ʃi taɪd ə ˈswɛtər əˈraʊnd hər weɪst/
Ze bond een trui om haar taille.
He put his arm around her waist.
/hi pʊt hɪz ɑrm əˈraʊnd hər weɪst/
Hij sloeg zijn arm om haar taille.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd