1
zelfstandig naamwoordtelbaar [C]
Een verticale constructie, meestal van baksteen, steen, beton of hout, die een gebied omsluit of scheidt.
/wɔːl/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudengelse weall, uit het Latijn vallum, dat ‘wal’ of ‘palisade’ betekent.
Voorbeelden
A stone wall surrounded the garden.
/ə stoʊn wɔːl səˈraʊndɪd ðə ˈɡɑːrdən/
Een stenen muur omringde de tuin.
The garden wall is covered with ivy.
/ðə ˈɡɑːrdən wɔːl ɪz ˈkʌvərd wɪð ˈaɪvi/
De tuinmuur is bedekt met klimop.
Collocaties
AI-gegenereerd