1
zelfstandig naamwoord[C]
Een ceremonie of feest waarbij twee mensen met elkaar trouwen.
/ˈwɛdɪŋ/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels wedding, uit het Oudengelse weddung, van weddian, wat ‘beloven, zich verloven, trouwen’ betekent.
Voorbeelden
Their wedding will take place in June.
/ðer ˈwɛdɪŋ wɪl teɪk pleɪs ɪn dʒuːn/
Hun bruiloft vindt plaats in juni.
We met at a friend's wedding.
/wiː mɛt ət ə frɛndz ˈwɛdɪŋ/
We ontmoetten elkaar op de bruiloft van een vriend.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd