1
zelfstandig naamwoord[C]
Een plaats waar mensen werken, zoals een kantoor, fabriek of andere werkplek.
/ˈwɜːrkpleɪs/
Uitspraak
Etymologie
Een samenstelling van work en place, letterlijk ‘plaats van werk’.
Voorbeelden
The company moved to a larger workplace downtown.
/ðə ˈkʌmpəni muːvd tu ə ˈlɑːrdʒər ˈwɜːrkpleɪs ˈdaʊntaʊn/
Het bedrijf verhuisde naar een grotere werkplek in het centrum.
Safety rules must be followed in the workplace.
/ˈseɪfti ruːlz mʌst bi ˈfɑːloʊd ɪn ðə ˈwɜːrkpleɪs/
Veiligheidsregels moeten op de werkplek worden nageleefd.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd