1
zelfstandig naamwoordDe centrale ster van het zonnestelsel, bron van licht en warmte voor de aarde.
/ˈsu.no/
Voorbeelden
Post la pluvo aperis la suno.
Na de regen verscheen de zon.
La suno leviĝas oriente.
De zon komt in het oosten op.
AI-gegenereerd