1
voornaamwoordBezittelijk: via; lijdend voorwerp: vin. Wordt zowel voor enkelvoud als voor meervoud gebruikt.
Persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon, gebruikt voor één of meer personen tot wie men spreekt.
/vi/
Voorbeelden
Ĉu vi komprenas min?
Begrijpt u mij?
Vi estas tre afabla.
U bent heel vriendelijk.
AI-gegenereerd