1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Knoflook: een bolvormige plant, of de scherp ruikende bol ervan, vooral gebruikt als smaakmaker in de keuken.
ájo
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn allium, wat ‘knoflook’ betekent.
Voorbeelden
Compré ajo fresco en el mercado.
Compré ájo frésco en el mercádo.
Ik kocht verse knoflook op de markt.
Pica un diente de ajo para la salsa.
Píca un diénte de ájo para la sálsa.
Hak een teentje knoflook fijn voor de saus.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd