1
zelfstandig naamwoord[U]
Vriendelijkheid, hartelijkheid of de kwaliteit om aangenaam en attent tegenover anderen te zijn.
amabilidád
Uitspraak
Etymologie
Van het Spaanse amable, ‘vriendelijk, aardig’, plus het zelfstandig naamwoordsuffix -idad, uiteindelijk van het Latijnse amābilis, ‘beminnenswaardig, waard om lief te hebben’.
Voorbeelden
Su amabilidad hizo que todos se sintieran bien.
Su amabilidád hízo que tódos se sintiéran bién.
Zijn vriendelijkheid zorgde ervoor dat iedereen zich goed voelde.
Agradezco mucho tu amabilidad.
Agradézco múcho tu amabilidád.
Ik waardeer je vriendelijkheid zeer.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd