1
werkwoord[T, I]
Iemand liefhebben; diepe genegenheid, gehechtheid of toewijding voor een persoon voelen.
amár
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn amāre, wat ‘liefhebben’ betekent.
Voorbeelden
Amo a mis hijos, pero también necesito aprender a amar.
Ámo a mis híjos, péro también necésito aprendér a amár.
Ik hou van mijn kinderen, maar ik moet ook leren lief te hebben.
Amar a otra persona exige respeto y paciencia.
Amár a ótra persóna exíge respéto y paciéncia.
Een ander mens liefhebben vereist respect en geduld.
Collocaties
AI-gegenereerd