1
zelfstandig naamwoordzelfstandig naamwoord [C, U]
Een hechte en vertrouwensvolle relatie van genegenheid, loyaliteit of wederzijds respect tussen mensen; vriendschap.
amistád
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oud-Spaanse amistat, uit het Latijn amīcitās, amīcitātem, met de betekenis “vriendschap”, uiteindelijk uit amīcus “vriend”.
Voorbeelden
Su amistad me ayudó en los momentos difíciles.
Su amistád me ayudó en los moméntos difíciles.
Zijn vriendschap hielp me in moeilijke tijden.
Valoro mucho la amistad sincera.
Valóro múcho la amistád sincéra.
Ik waardeer oprechte vriendschap zeer.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd