1
zelfstandig naamwoord[C]
Het jaarlijks terugkeren van de datum waarop een belangrijke gebeurtenis plaatsvond; een jaarlijkse herdenking.
aniversário
Uitspraak
Etymologie
From Latin anniversarius, meaning “returning yearly,” from annus “year” and versus “turned.”
Voorbeelden
Hoy celebramos nuestro aniversario de bodas.
Hóy celebrámos nuéstro aniversário de bódas.
Vandaag vieren we onze huwelijksverjaardag.
El museo organizó un acto por el aniversario de su fundación.
El muséo organizó un ácto por el aniversário de su fundación.
Het museum organiseerde een bijeenkomst ter gelegenheid van de verjaardag van zijn oprichting.
Mañana es el aniversario de la independencia.
Mañána es el aniversário de la independéncia.
Morgen is het de verjaardag van de onafhankelijkheid.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd