1
zelfstandig naamwoord[C]
Bad; het wassen of weken van het lichaam in water.
báño
Uitspraak
Etymologie
From Latin balneum, meaning “bath” or “bathing place.”
Voorbeelden
Me di un baño antes de cenar.
Me dí un báño ántes de cenár.
Ik heb voor het avondeten een bad genomen.
Después de correr, necesito un baño.
Después de corrér, necesíto un báño.
Na het hardlopen heb ik een bad nodig.
Collocaties
AI-gegenereerd