1
zelfstandig naamwoord[C]
Een fles: een meestal smalhalzige houder, doorgaans van glas of plastic, die voor vloeistoffen wordt gebruikt.
botélla
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudfrans bouteille, uiteindelijk uit het Middeleeuws Latijn butticula, een verkleinwoord verwant aan buttis, dat ‘vat’ of ‘ton’ betekent.
Voorbeelden
Compré una botella de agua en la tienda.
Compré úna botélla de água en la tiénda.
Ik kocht een fles water in de winkel.
La botella está sobre la mesa.
La botélla está sóbre la mésa.
De fles staat op tafel.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd