1
werkwoord[T]
op zoek zijn naar iemand of iets
buscár
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudspaans buscar, van onzekere oorsprong, misschien uit een Germaanse bron.
Voorbeelden
Voy a buscar las llaves en la cocina.
Vóy a buscár las lláves en la cocína.
Ik ga in de keuken naar de sleutels zoeken.
Estamos buscando un apartamento más grande.
Estámos buscándo un apartaménto más gránde.
We zijn op zoek naar een groter appartement.
Collocaties
AI-gegenereerd