1
zelfstandig naamwoord[U]
Kalmte; een toestand van sereniteit, stilte of afwezigheid van opwinding, lawaai of verstoring.
cálma
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn cauma, uit het Grieks kaûma, oorspronkelijk verwijzend naar hitte of de stilheid die met hitte samenhangt; later gebruikt voor stil weer en kalmte.
Voorbeelden
Necesito un momento de calma.
Necesíto un moménto de cálma.
Ik heb een moment van rust nodig.
Después de la tormenta llegó la calma.
Después de la torménta llegó la cálma.
Na de storm keerde de rust terug.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd