1
zelfstandig naamwoord[U]
Het eetbare vlees van dieren, vooral als voedsel; vlees.
cárne
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn carō, carnis, met de betekenis ‘vlees, vlees’.
Voorbeelden
No como carne roja.
Nó cómo cárne rója.
Ik eet geen rood vlees.
La carne está en la nevera.
La cárne está en la nevéra.
Het vlees ligt in de koelkast.
Collocaties
AI-gegenereerd