1
bijvoeglijk naamwoordVeranderlijk bijvoeglijk naamwoord: cocido, cocida, cocidos, cocidas
Gekookt, vooral door koken of sudderen; niet meer rauw.
cocído
Uitspraak
Etymologie
Voltooid deelwoord van het Spaanse cocer, uit het Latijnse coquere, ‘koken’.
Voorbeelden
Prefiero el pescado cocido al horno.
Prefiéro el pescádo cocído al hórno.
Ik geef de voorkeur aan vis die in de oven is gebakken.
La verdura cocida es más fácil de digerir.
La verdúra cocída es más fácil de digerír.
Gekookte groenten zijn gemakkelijker te verteren.
Collocaties
AI-gegenereerd