1
werkwoord[T, I]
smelten of ontdooien; iets dat bevroren is, vooral voedsel, weer niet-bevroren maken of niet-bevroren worden
descongelár
Uitspraak
Etymologie
Uit het Spaanse des- ‘on-, omgekeerd’ + congelar ‘bevriezen’, uiteindelijk uit het Latijn congelare.
Voorbeelden
Voy a descongelar el pollo para la cena.
Vóy a descongelár el póllo para la céna.
Ik ga de kip ontdooien voor het avondeten.
La carne se descongeló durante la noche.
La cárne se descongeló duránte la nóche.
Het vlees ontdooide gedurende de nacht.
Collocaties
AI-gegenereerd