1
werkwoordpronominaal, [I]
Gehuwd zijn ontbinden; het huwelijk wettelijk beëindigen.
divorciárse
Uitspraak
Etymologie
Uit het Spaanse divorciar, van het Latijnse divortium of divortiare, met het pronominale enclitisch se.
Voorbeelden
Mis padres decidieron divorciarse después de veinte años de matrimonio.
Mis pádres decidiéron divorciárse después de véinte áños de matrimónio.
Mijn ouders besloten na twintig jaar huwelijk te scheiden.
Quieren divorciarse de mutuo acuerdo.
Quiéren divorciárse de mútuo acuérdo.
Ze willen in onderling overleg scheiden.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd