1
zelfstandig naamwoord[C, U]
De juridische ontbinding van een huwelijk; echtscheiding.
divórcio
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn divortium, van divortere of divertere, met de betekenis ‘scheiden, uiteen draaien’.
Voorbeelden
El divorcio fue difícil para toda la familia.
El divórcio fue difícil para tóda la família.
De echtscheiding was moeilijk voor het hele gezin.
Después de años de conflictos, pidieron el divorcio.
Después de áños de conflíctos, pidiéron el divórcio.
Na jaren van conflicten vroegen ze de echtscheiding aan.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd