1
werkwoord[I]
Naar een plaats gaan of komen; binnengaan.
entrár
Uitspraak
Etymologie
From Latin intrāre, meaning “to go inside” or “to enter.”
Voorbeelden
No puedes entrar sin llave.
No puédes entrár sin lláve.
Je kunt niet binnenkomen zonder sleutel.
El sol entra por la ventana.
El sól éntra por la ventána.
De zon komt door het raam naar binnen.
Collocaties
AI-gegenereerd