1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een levendig gevoel van opwinding, plezier of bewondering.
entusiásmo
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn enthusiasmus, uit het Grieks enthousiasmós, oorspronkelijk met de betekenis van goddelijke ingeving of bezetenheid door een god.
Voorbeelden
El entusiasmo del público fue contagioso.
El entusiásmo del público fue contagióso.
Het enthousiasme van het publiek was aanstekelijk.
Recibieron la noticia con entusiasmo.
Recibiéron la notícia con entusiásmo.
Zij ontvingen het nieuws met enthousiasme.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd