1
zelfstandig naamwoord[C], mannelijk; vrouwelijk: hijastra
Een mannelijk kind van iemands echtgenoot of partner uit een eerdere relatie; een stiefzoon.
hijástro
Uitspraak
Etymologie
Van het Spaanse hijo (“zoon”) met het achtervoegsel -astro, gebruikt in verwantschapstermen; verwant aan oudere Romaanse en Latijnse vormen zoals filiaster.
Voorbeelden
Mi hijastro vive con nosotros los fines de semana.
Mi hijástro víve con nosótros los fínes de semána.
Mijn stiefzoon woont in het weekend bij ons.
Quiere mucho a su hijastro.
Quiére múcho a su hijástro.
Ze houdt heel veel van haar stiefzoon.
Synoniemen
Collocaties
mi hijastro
su hijastro
criar a un hijastro
relación con el hijastro
AI-gegenereerd