1
zelfstandig naamwoordTelbaar [C]
Een mannelijk kind in relatie tot zijn ouders; een zoon.
híjo
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn filius, dat ‘zoon’ betekent.
Voorbeelden
Mi hijo estudia medicina.
Mí híjo estúdia medicína.
Mijn zoon studeert geneeskunde.
Tienen un hijo y dos hijas.
Tiénen ún híjo y dós híjas.
Ze hebben een zoon en twee dochters.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd