1
werkwoord[T]
Voedsel gaar maken met droge hitte in een oven; bakken.
horneár
Uitspraak
Etymologie
Van het Spaanse horno („oven”) + het werkwoordelijke achtervoegsel -ear; horno is uiteindelijk afgeleid van het Latijnse furnus („oven”).
Voorbeelden
Voy a hornear pan esta tarde.
Vóy a horneár pán ésta tárde.
Ik ga vanmiddag brood bakken.
Prefiero hornear las galletas en casa.
Prefiéro horneár las gallétas en cása.
Ik bak de koekjes liever thuis.
Collocaties
AI-gegenereerd