1
bijvoeglijk naamwoordBijvoeglijk naamwoord; mannelijk enkelvoud. Vrouwelijk: impulsiva; meervoud: impulsivos, impulsivas.
Geneigd om plotseling te handelen, zonder zorgvuldig na te denken of zelfbeheersing.
impulsívo
Uitspraak
Etymologie
Van Spaans impulso, uiteindelijk van Latijn impulsus, voltooid deelwoord van impellere ‘duwen, voortdrijven’, met het bijvoeglijk achtervoegsel -ivo.
Voorbeelden
Juan es muy impulsivo cuando se enfada.
Juán es múy impulsívo cuándo se enfáda.
Juan is erg impulsief als hij boos wordt.
No seas impulsivo; piensa antes de responder.
No séas impulsívo; piénsa ántes de respondér.
Wees niet impulsief; denk na voordat je antwoordt.
Collocaties
AI-gegenereerd