1
werkwoord[T]
Iemand vragen om naar een evenement, een plaats of een activiteit te komen; uitnodigen.
invitár
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn invitāre, met de betekenis ‘uitnodigen, ontbieden, onthalen’.
Voorbeelden
Voy a invitar a Laura a la fiesta.
Vóy a invitár a Láura a la fiésta.
Ik ga Laura uitnodigen voor het feest.
Nos invitaron a cenar el sábado.
Nós invitáron a cenár el sábado.
Ze nodigden ons uit voor het avondeten op zaterdag.
Collocaties
AI-gegenereerd