1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een reinigingsmiddel, meestal gemaakt van vetten of oliën en een loog, gebruikt met water om het lichaam, kleding of andere dingen te wassen.
jabón
Uitspraak
Etymologie
From Latin sapō, sapōnem, probably of Germanic origin.
Voorbeelden
Me lavé las manos con jabón.
Me lavé las mános con jabón.
Ik heb mijn handen met zeep gewassen.
Este jabón huele a lavanda.
Éste jabón huéle a lavánda.
Deze zeep ruikt naar lavendel.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd