1
bijvoeglijk naamwoordBijvoeglijk naamwoord; congrueert in geslacht en getal: miedoso, miedosa, miedosos, miedosas.
Gemakkelijk bang; vreesachtig, schuchter of geneigd angst te voelen.
miedóso
Uitspraak
Etymologie
Van Spaans miedo ‘angst’ + het bijvoeglijk achtervoegsel -oso ‘vol van, geneigd tot’.
Voorbeelden
El niño miedoso no quería entrar en la cueva.
El níño miedóso no quería entrár en la cuéva.
De schuwe jongen wilde de grot niet ingaan.
No seas miedoso; el perro es tranquilo.
No séas miedóso; el pérro es tranquílo.
Wees niet bang; de hond is rustig.
Collocaties
AI-gegenereerd