1
bijvoeglijk naamwoordOnveranderlijk voor geslacht; meervoud: optimistas.
Verwacht dat er goede dingen zullen gebeuren of benadrukt de positieve kanten van een situatie; optimistisch.
optimísta
Uitspraak
Etymologie
Van Frans optimiste, uiteindelijk van Latijn optimus, dat “beste” betekent, met het achtervoegsel -ista.
Voorbeelden
Siempre intenta mantener una actitud optimista.
Siémpre inténta mantenér úna actitúd optimísta.
Zij probeert altijd een optimistische houding aan te nemen.
Aunque llovía, tenía una visión optimista del viaje.
Aúnque llovía, tenía úna visión optimísta del viáje.
Hoewel het regende, had hij een optimistische kijk op de reis.
Collocaties
AI-gegenereerd