1
zelfstandig naamwoord[C, U] telbaar en ontelbaar
Een voedingsmiddel gemaakt van geperste wrongel van melk, meestal vast of halfvast en vaak gerijpt of op smaak gebracht; kaas.
quéso
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn caseus, met de betekenis “kaas”.
Voorbeelden
Me gusta el queso manchego.
Me gústa el quéso manchégo.
Ik hou van manchegokaas.
Compré queso para la cena.
Compré quéso para la céna.
Ik heb kaas voor het avondeten gekocht.
Este queso huele muy fuerte.
Éste quéso huéle muy fuérte.
Deze kaas ruikt erg sterk.
Collocaties
AI-gegenereerd