1
werkwoord[T, I]
Iemand begroeten; hallo zeggen tegen iemand.
saludár
Uitspraak
Etymologie
Van Latijn salutāre, wat ‘begroeten’ of ‘gezondheid wensen’ betekent, van salūs, ‘gezondheid, veiligheid’.
Voorbeelden
Voy a saludar a Marta en la entrada.
Vóy a saludár a Márta en la entráda.
Ik ga Marta bij de ingang begroeten.
Siempre saluda con una sonrisa.
Siémpre salúda con úna sonrísa.
Ze begroet mensen altijd met een glimlach.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd