1
zelfstandig naamwoord[C]
Een lange gestoffeerde zitbank met rugleuning en armleuningen, bedoeld voor twee of meer personen; een sofa of bank.
sofá
Uitspraak
Etymologie
From French sofa, ultimately from Arabic ṣuffa, meaning a raised platform or bench.
Voorbeelden
Compramos un sofá nuevo para la sala.
Comprámos un sofá nuévo para la sála.
We hebben een nieuwe bank voor de woonkamer gekocht.
El gato duerme en el sofá.
El gáto duérme en el sofá.
De kat slaapt op de bank.
Este sofá se convierte en cama.
Éste sofá se conviérte en cáma.
Deze bank verandert in een bed.
Collocaties
sofá cama
sofá de cuero
sofá de tela
sofá reclinable
sentarse en el sofá
AI-gegenereerd