1
zelfstandig naamwoord[C]
Een onverwachte gebeurtenis, feit of ding; een verrassing.
sorprésa
Uitspraak
Etymologie
Van het Spaanse sorprender ‘verrassen’, uiteindelijk van het Latijnse superprehendere, een variant van comprehendere ‘grijpen, vatten’.
Voorbeelden
La noticia fue una sorpresa para todos.
La notícia fue úna sorprésa para tódos.
Het nieuws was voor iedereen een verrassing.
Te tengo una sorpresa.
Te téngo úna sorprésa.
Ik heb een verrassing voor je.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd