1
zelfstandig naamwoord[C]
schoonvader; de vader van iemands echtgenoot of partner
suégro
Uitspraak
Etymologie
Uit het Latijn socer, met de betekenis ‘schoonvader’, via de verbogen vormen ervan in het gesproken Latijn.
Voorbeelden
Mi suegro vive en Valencia.
Mi suégro víve en Valéncia.
Mijn schoonvader woont in Valencia.
Invité a mi suegro a cenar el domingo.
Invité a mi suégro a cenár el domíngo.
Ik heb mijn schoonvader uitgenodigd om zondag te komen eten.
Se lleva muy bien con su suegro.
Se lléva múy bién con su suégro.
Hij kan heel goed opschieten met zijn schoonvader.
Collocaties
mi suegro
futuro suegro
llevarse bien con el suegro
la casa de mi suegro
AI-gegenereerd