1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een zachte, eiwitrijke voedingsstof, gemaakt door sojamelk te laten stremmen en de ontstane wrongel te persen, vooral gebruikt in de vegetarische en Oost-Aziatische keuken.
tófu
Uitspraak
Etymologie
Borrowed from Japanese tōfu, ultimately from Chinese dòufu, meaning “bean curd.”
Voorbeelden
Compré tofu para preparar una sopa vegetariana.
Compré tófu pára preparár úna sópa vegetariána.
Ik kocht tofu om een vegetarische soep te maken.
El tofu absorbe bien los sabores de la salsa.
El tófu absórbe bién los sabóres de la sálsa.
Tofu neemt de smaken van de saus goed op.
Puedes saltear el tofu con verduras y arroz.
Puédes salteár el tófu con verdúras y arróz.
Je kunt tofu roerbakken met groenten en rijst.
Collocaties
tofu firme
tofu sedoso
tofu ahumado
tofu marinado
tofu a la plancha
AI-gegenereerd