1
zelfstandig naamwoord[C]
Een band of verbinding die mensen, groepen of dingen met elkaar verbindt, vooral emotioneel of sociaal.
vínculo
Uitspraak
Etymologie
From Latin vinculum, meaning “bond, fetter, tie,” from vincire, “to bind.”
Voorbeelden
El vínculo entre madre e hijo es muy fuerte.
El vínculo éntre mádre e híjo es múy fuérte.
De band tussen moeder en zoon is heel sterk.
Mantienen un vínculo estrecho desde la infancia.
Mantiénen un vínculo estrécho désde la infáncia.
Ze onderhouden al sinds hun kindertijd een hechte band.
Collocaties
AI-gegenereerd